Streekmuseum Tweestromenland
Welvaart in Middeleeuws Maas en Waal

Welvaart is, evenals armoede, van alle tijden. Het wisselt elkaar af. In de Romeinse tijd, toen de Rijn in Nederland aan de grens van het Romeinse wereldrijk lag was het rivierengebied de "Randstad" van de het toenmalige Nederland. Er was volop werkgelegenheid en de Romeinse legionairs brachten nieuwe producten en kennis. De handel bloeide op en er was welvaart.

John van Heck leidt, na de opening, IJsbrand Roovers rond op de tentoonstelling "Welvaart Maas en Waal in de Middeleeuwen".

Deze verdween toen het Romeinse Rijk aan invloed verloor en de grote volksverhuizing die hiermee gepaard ging onrust en oorlog bracht. De bevolking kromp en de welvaart verdween. Dit duurde eeuwenlang, van 200 na Christus tot ongeveer 800 na Christus. 

Welvaart door betere agrarische technieken

Er kwam een nieuwe golf van welvaart toen de kloosters en abdijen nieuwe landbouwtechnieken toepasten en deze steeds verder verbeterden. Tevens zorgden de kloosterscholen dat de bevolking zich verder kon ontwikkelen. De Kruistochten droegen er aan bij omdat de kruisridders terug kwamen met nieuwe ideeŽn en producten. Ridders uit alle hoeken van het toenmalige Europa werkten in ridderorden als de Tempeliers aan een Europa-brede veiligheidszone waarbinnen men vrij kon reizen en handel drijven. Een Verenigd Europa avant la lettre.

Het Romaanse kerkje van Alphen. De eerste versie hiervan is gebouwd in ca. 1050. Later is, vanwege wateroverlast de oorspronkelijke kerk gesloopt en weer opnieuw opgebouwd. 

Het was de tijd waarin de eerste parochies gevormd werden, met mooie stenen kerken, die ruim duizend jaar later, nog steeds overal in Maas en Waal te vinden zijn. Ook de statige kastelen die welvarender plattelandsbevolking moesten beveiligen en de imponerende wallen rond groeiende steden getuigen nog steeds van deze tijd.  Het was ook de tijd waarin de groeiende bevolking met dijken probeerde om het land beter geschikt te maken voor grote oogsten en meer voedzame weiden voor de groeiende veestapel.

De ommekeer kwam met de pest die keihard toesloeg en ruim de helft van de Europese bevolking het leven kostte. Er waren te weinig handen om het land te bewerken en de oogsten binnen te halen.

Ook hierna waren er golven van bloei en teruggang. In het Rivierengebied bleken  de dijken een "ramp in vermonning". Aanvankelijk brachten ze welvaart, maar de rivier liet zich niet zo gemakkelijk temmen. Voor men dijken had zag men jaarlijks een paar keer hoog water in de polder dat in de lente zich weer terugtrok met achterlating van vruchtbaar slib. Toen men deze overstromingen trachtte te beteugelen met steeds hogere dijken werden bij de dijkdoorbraken dorpen weggespoeld, huizen vernield en verdronken mensen en vee.

De Wiel bij Beneden Leeuwen ontstond door een  dijkdoorbraak 

De tentoonstelling in het streekmuseum brengt de welvarende periode in de Middeleeuwen terug. De werkgroep die deze tentoonstelling georganiseerd heeft er alles aan gedaan om de sfeer van deze tijd terug te brengen. De ridders die bescherming boden, de kloosterorden die agrarische technieken verbeterden, de kloosterscholen waar men lezen en schrijven leerde. Alle lof voor de werkgroep onder de bezielende leiding van John van Heck en de hulp van de Leeuwense kunstenaar Ed van Heck.

John vn Heck (links) en IJsbrand Roovers (rechts) bij de openingshandeling. De opening van het doek onthult het wapen van deridderorde  De Tempeliers .

De opening van de tentoonstelling werd verricht door IJsbrand Roovers. De heer Roovers werkt in het Duitse Asperden (bij Goch) aan de restauratie van het Cistercienzer nonnenklooster Graefenthal. Een titanenklus want het aan het klooster is de laatste 200 jaar vrijwel niets gedaan om het te behouden. Langzamerhand herwint het klooster nu zijn oude luister. 

De CisterciŽnzers zijn een Middeleeuwse orde die door Bernard van Clairvaux opgericht is in de tijd van de tweede Kruistocht. Hoewel de monniken nooit het zwaard gehanteerd hebben zorgden de kloosters wel voor financiŽle en morele steun aan de Kruistochten. Naar men vermoedt was er wel en zeker contact tussen de Tempeliers en de CisterciŽnzers en hierin licht ook het initiatief van de tentoonstellingscommissie om de heer Roovers uit te nodigen voor de officiŽle opening.


IJsbrand Roovers, een begenadigd spreker,  tijdens de inleiding van de opening van de tentoonstelling.

In zijn openingswoordje benadrukte de heer Roovers nog eens de hechte banden tussen het Duitse Rijnland, Gelderland en Noord Limburg. In de Middeleeuwen was dit gebied ťťn geheel. Monniken uit het Duiste Xanten hadden zeer veel grond in het Middeleeuwse Maas en Waal en bouwden in veel dorpen de eerste Romaanse kerkjes. Arnhem en Nijmegen hadden sterkere banden Xanten, Geldern, Venlo en Roermond dan menige Friese of Hollandse stad. De nonnen van Kloster Graefenthal hadden een "bijkantoor" naast de St. Stevenskerk in Nijmegen voor het innen van de pacht van de bezittingen in het Rijk van Nijmegen en het Land van Maas en Waal.

De wisseltentoonstelling Welvaart in Middeleeuws Maas en Waal is nog tot 18 september te zien in het Streekhistorisch Museum Tweestromenland, Pastoor Zijlmansstraat, Beneden Leeuwen. Voor de openingstijden verwijzen wij nar de website van het Streekmuseum.

De werkgroep die de tentoonstelling Welvaart Maas en Waal in de Middeleeuwen inrichtte. Helaas waren niet alle leden van de  werkgroep beschikbaar voor de foto.

Naar:
Inleiding Welvaart Maas en Waal in de Middeleeuwen

Website Streekhistorisch Museum Tweestromenland

Website KlosterGraefenthal

MaasWaalWeb, 30 juni 2011