Eerste paal uitbreiding Streekmuseum

Het heeft even geduurd, maar vrijdag kon de eerste paal voor de uitbreiding van het streekmuseum de grond in. Een grote boormachine boorde het gat voor de paal en een reusachtige pomp vulde het met beton. Een volgende mijlpaal in de uitbreiding en modernisering van het streekmuseum.

Arnold de Kock, voorzitter van het museum, was er blij mee. Het museum is nu een jaar gesloten en moet, om zijn rol in de streek niet te verliezen, volgend jaar weer open. Ondertussen heeft men niet stilgezeten. De vrijwilligers van het streekmuseum hebben inmiddels al 2000 uren in de verhuizing en restauratie gestoken en de inschatting is dat ze er nog eens 2000 uur in moeten stoppen voor het museum weer geopend kan worden.

Grote brokken vette klei worden door de boor uit het boorgat omhoog gewerkt.

Dat er nog veel te moet gebeuren is duidelijk. Binnenmuren moeten vrplaatst worden, bijna alle stucwerk moet weer opnieuw aangebracht worden, de nieuwbouw waarvoor de eerste paal geslagen is moet nog gebouwd worden en daarna zal alles weer opnieuw ingericht moeten worden. Maar dan staat er een volledig vernieuwd streekmuseum waarin de collectie beter tot recht zal komen, dat de historie van Maas en Waal toegankelijker maakt en dat een professionele uitstraling heeft. Maar voorlopig is het alleen maar ploeteren voor de vrijwilligers. Terecht vroeg De Kock een applaus voor de vrijwilligers dat spontaan en langdurig gegeven werd.

Arnold de Kock (links) en Jack Trijsburg

Jacobus Trijsburg, voorzitter van Gelders Erfgoed, verrichte de openingshandeling. Zijn woordje was de beste Maas en Waal promotie die we ooit gehoord hebben. Trijsburg kwam als jongetje van 10 jaar naar Maas en Waal, woonde hier enkele tientallen jaren en woont inmiddels, wegens zijn werk, al weer jaren buiten de streek. Maar zijn hart ligt nog steeds en het weerzien met Maas en Waal veroorzaakte een brok in zijn keel. Jacobus Trijsburg was jarenlang actief in de  Historische Vereniging  Tweestromenland, de moeder van het Streekmuseum, en hij werkte  met anderen aan de oprichting van Baet en Borg, het behoud van stoomgemaal De Tuut in Appeltern en de realisering van het documentatiecentrum van Tweestromenland.

Arnold de Kock mag dan veel werk gehad hebben met het rond krijgen van de vergunningen en het binnen krijgen van het vele geld dat nodig is voor de uitbreiding en modernisering van het museum, met zulke vrienden en vrijwilligers mag je niet klagen. Dat doet hij ook niet. Zijn enthousiasme en energie werken aanstekelijk en trekt iedereen over de brug. Dat is nodig om het resultaat te bereiken dat hem voor ogen staat en dat hij met zijn vrienden en vrijwilligers zeker zal bereiken. We kijken al vol verlangen uit naar de opening.

  MaasWaalWeb, 22 november 2009