|
Parochie Beneden Leeuwen op zoek naar het Rijke Roomse Leven
Als een baby geboren was moest deze zo snel mogelijk gedoopt worden, want de hemel was alleen bestemd voor gedoopte christenen en er zou maar eens wat gebeuren. Iedereen had moeite met deze onmenselijke regel. Waarom een hulpeloos kleintje dat niemand kwaad gedaan had niet naar de hemel? Maar de pastoor zei dat het zo was en dan was het ook zo. Hij had er voor geleerd. Eerste grote gebeurtenis in kinderleven
Overhoren catechismus door mijnheer pastoor persoonlijk De volgende grote gebeurtenis in het leven was de jonge katholiek was de Plechtige H. Communie bij het verlaten van de lagere school. Voorafgaand aan deze feestelijke gebeurtenis had iedereen de catechismus moeten leren. Een boekje met meer dan honderd bladzijden, van kaft tot kaft vol met vragen en antwoorden over de belangrijkste katholieke regels. Mijnheer pastoor persoonlijk kwam iedereen die de Plechtige Communie moest doen hoogst persoonlijk overhoren.
Vraag
1 van de catechismus: "Waartoe zijn we op aarde?" Eer van de familie op het spel Voor veel katholieke kinderen was de catechismus de grootste verschrikking van hun hele lagere schooltijd. Honderden vragen die je woord voor woord letterlijk op moest kunnen dreunen. Op het geheel lag ook extra druk omdat aan het resultaat van de overhoring grote consequenties waren verbonden. Voor de beste resultaten waren er prijzen die door de pastoor luid en duidelijk vanaf de preekstoel afgelezen werden. De eer van de hele familie stond hierbij op het spel. Prijzen voor kennis van de catechismus Bij de prijzen hoorde ook een beloning. Meestal een heel dik kerkboek voor een eerste prijs, een wat dunner voor de tweede en een nog dunner voor de derde prijs. Eigenlijk heel onlogisch want de kinderen met een derde prijs hadden doorgaans even hard gewerkt als die een eerste prijs hadden. Ze hadden alleen maar meer moeite om het in hun hoofd gestampt te krijgen en dus eigenlijk ook meer behoefte aan een dik kerkboek om het af en toe nog eens na te kijken. Maar zo werkte het niet.
Op de jongensschool werd gekalligrafeerd,
op de meisjesschool had men een gedachtenisprentje. Hierboven de voor- en
achterzijde van het prentje dat als bladlegger in het kerkboek ging. De
datum werd met de hand ingevuld en Geen afdragertjes, maar in echt nieuwe kleren Bij dit feest hoorden ook weer nieuwe kleren. Voor veel ouders in de schamele naoorlogse jaren een rib uit hun lijf. Voor kinderen uit grote gezinnen was het wel aardig. Kregen ze eindelijk eens echt nieuwe kleren en niet de broek of jurk waar hun oudere broer of zus uitgegroeid was. Ook hier kwam de hele familie en buurt weer op het feest met de bekende cadeaus. Weer de vrome schilderijtjes, heiligenbeeldjes, boekjes, kaarsen en rozenkransen. Retraites: prediken van hel en verdoemenis Een heel bijzonder fenomeen waren de retraites. Paters die bijzonder getraind waren in het prediken van hel en verdoemenis kwamen dan om de mensen weer op het rechte pad te brengen. Later, in militaire dienst, toen ze me discipline bij moesten brengen hebben ze ook nog wel pogingen voor hersenspoeling ondernomen, maar zelfs de strengste sergeant-majoor was een watje vergelegen van de katholieke hellepredikers. Ook dit
ging weer gepaard met de nodige katholieke koopwaar. Van boekjes en
brochures met de strengste voorschriften tot, natuurlijk, weer kaarsen en rozenkransen.
Zestiger en zeventiger jaren: de oude kerk, de oude niet meer In de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw was het plotseling allemaal over. De pastoor kwam niet meer op bezoek om bij de gezinnen om te informeren of er al een nieuwe gelovige op komst was, de hellepredikers gingen op zoek naar een vrouw omdat het celibaat ook niet alles was en het mystieke Latijn van de H. Mis en de gezangen werd vervangen door Nederlands met een Maas en Waals accent. Maar de plotseling klantvriendelijke pastoor wachtte een verrassing. De kerk raakte niet voller, maar liep juist leeg. De veranderingen waren te snel gegaan en de oude, vertrouwde kerk was de oude, vertrouwde kerk niet meer. Het Rijke Roomse Leven was verdwenen. Naar het lijkt voor goed. Het Rijke Roomse Leven: wat is nog overgebleven? Restauratiecommissie
en Streekmuseum willen er nog eens op terug kijken. Hebt u nog ergens het
vrome schilderijtje van de H. Franciscus en zijn dieren dat je van
tante Mien kreeg.. Stel het beschikbaar voor de expositie. Nog een zilveren
rozenkrans waarvan je dacht dat hij van zilver was, maar die nu niet alleen
zwart is, maar ook nog eens roestplekken heeft. Hij past naadloos in het
Rijke Roomse Leven en mag niet ontbreken.
Er zal in de loop van de tijd veel uit
het Rijke Roomsche Leven verloren gegaan zijn, maar er is zoveel van
geweest dat er vast in ook veel moet zijn. Help de initiatiefnemers bij het
terugroepen van het Rijke Roomsche Leven in Maar ook het wijwatervaatje, het palmtakje waarmee moeder voorafgaand aan een onweersbui sprenkelend door het huis liep. Het beeldje van tante Trui als aandenken aan haar bedevaart naar Kevelaer. De foto van je Eerste H. Communie uitgereikt dooreen gefiguurzaagde Christus. Allemaal herinneringen aan de tijd dat de kerk nog vol zat en de disco nog uitgevonden moest worden. Herbeleven van de oude tijd Je hoeft geen afscheid te nemen van je oude aandenken, want men heeft het alleen maar als bruikleen voor de tentoonstelling nodig. Oh ja: heb je nog ergens een prachtig beeldje liggen, gekregen van je lievelingstante, maar kun je nergens meer vinden? Denk dan eens aan de H. Antonius. "H. Antonius beste vrind, maak dat ik het beeldje vind." Vroeger hielp het, dus waarom nu niet? Laten we de kerk nog eens, zoals vroeger, weer volstromen met mensen en laten we nog één keer het Rijke Roomse Leven herbeleven. Wie nog herinneringen heeft van de kerk uit zijn jeugd en jonge jaren en deze in bruikleen beschikbaar wil stellen kan hiervoor terecht bij Ellen Brons, Retstraat 3, Beneden-Leeuwen tel. 0487-592441. Neem a.u.b. vooraf contact op met Ellen als het wat anders is dan foto's. MaasWaalWeb,
11 augustus 2010
|