|
In een goed gevuld dorpshuis de Hanze in Maasbommel verzorgde, in het kader van de afronding van de restauratie van de St.
Lambertuskerk, prof. Nissen een bezinningsavond over de plaats van de kerk in de toekomst. Hij deed dit door de geschiedenis van de kerk te doorlopen van het eerste begin, in het begin van onze jaartelling tot de tegenwoordige tijd. Als uitgangspunt voor de toekomst nam hij het
Tweede Vaticaans Concilie.
De Joodse en Romeins-Griekse
fasen van het vroege Christendom
| Volgens prof. Nissen is er altijd invloed van de omgeving op de kerk geweest. In de allereerste fase was er de invloed van het Jodendom. Niet onbegrijpelijk want de eerste apostelen hadden
een joodse achtergrond. In het Nieuwe Testament is nog veel te vinden van deze invloed. Na de verwoesting van
Jeruzalem in 70 na Christus door de Romeinen, viel de Joodse staat uiteen en begon de Grieks/Romeinse periode die tot de ondergang van het Romeinse Rijk, grofweg in de vijfde eeuw geduurd heeft. Van de Romeinen nam de kerk de aandacht voor organisatie over. Er werd een organisatiestructuur opgezet, de kerkelijke hiërarchie, en de taken hierin werden vorm gegeven. Van de Grieken werd de hang naar het zoeken van waarheid overgenomen. De essentie van het geloof werd vastgelegd in geschriften en de betekenis ervan werd bestudeerd. |

Zang en themagroep "Om door
te gaan" uit Puiflijk zorgt voor een sfeervolle omlijsting van de
verschillende delen van de avond |
De Germaanse fase:
"erbij horen" is karakteristiek
De hierop volgende fase, van de vijfde tot de twaalfde eeuw, de Vroege Middeleeuwen, is de Germaanse fase. De nadruk lag hierbij op het "erbij horen". In zekere zin ging de kerk de rol van de stam overnemen.
De doop, al bij de geboorte, is hiervoor tekenend. Door de doop hoorde je "er bij" en werd je lid van de kerk. De Kerk kon een beroep op je doen en als goed lid van de gemeenschap moest je dan ook beschikbaar zijn. De kruistochten zijn er een voorbeeld van hoe ver dit kon gaan.
Vanaf de twaalfde eeuw steeds
meer accent op individualisme
Professor dr. Peter Nissen:
de kerk is
altijd beïnvloedt door zijn omgeving |
Vanaf 1200 wordt geleidelijk het individu steeds centraler gezet
en eigenlijk zitten we nog steeds in deze fase. Moest in de eerste twee fasen de kerk in een dominante, vaak vijandige omgeving, nog vechten voor zijn plaats, in deze
fase, dus vanaf twaalfhonderd, is de kerk in Europa zelf dominant aanwezig en speelt ze in alle facetten van de samenleving een belangrijke rol. Weliswaar werd in de Reformatie de rol van de katholieke kerk in Noordwest Europa wat minder, maar het christelijke geloof, weliswaar in verschillende kerken, bleef het leven van de Europeaan beheersen. Toen na de eerste ontdekkingsreizen het geloof uitgedragen werd naar de nieuw ontdekte gebieden was het uitdragen van het geloof vooral het exporteren van dit
Europese Christendom. In deze wereld, was voor de Europeaan het geloof eigenlijk iets
vanzelfsprekends. Je werd als het ware geboren in de kerk en het kostte relatief weinig inspanning om kerkelijk te zijn. |
Pas in de vorige eeuw is dit, voor de Europeaan, gaan veranderen. De rol van de christelijke kerken is ten opzichte van andere levensbeschouwingen kleiner geworden en dit heeft natuurlijk onvermijdelijk zijn invloed op de gelovigen. Volgens prof. Nissen was het de bedoeling van het Tweede Vaticaanse concilie, in de jaren zestig van de vorige eeuw, om deze veranderingen en beeld te brengen en de rol van de kerk te herdefiniëren.
Tweede Vaticaans concilie: de
kerk in een veranderende omgeving
Prof. Schillebeekx, een Nederlandse theoloog, heeft deze veranderingen in een vijftal "verschuivingen" samengevat:
- Niet de kerk, maar Christus moet centraal staan. De kerk, als organisatie, is slechts een hulpmiddel.
- Niet het centrum, Paus en Rome, maar de breedte, het college van alle bisschoppen, is sturend.
- Niet de clerus, de ambten in de kerk, staan centraal, maar "Gods volk", staat centraal. De clerus moet faciliterend en dienend zijn bij het zoeken naar Gods weg.
- Niet de katholieke kerk, maar alle christelijke kerken, vormen de kerk. Hierdoor kan en moet de katholieke kerk participeren in de oecumenische beweging.
- Niet de kerk, als instituut staan centraal, maar de wereld. De kerk moet opkomen voor de belangen van de mensen. "Als de kerk niet dient, dient ze tot niets."
De nieuwe gelovige: een
eigentijdse pelgrim
Welke consequenties hebben deze verschuivingen voor de gelovige en de kerk?
Prof. Nissen ziet de eigentijdse gelovige als een pelgrim. Op zoek naar zingeving, gerechtigheid en
innerlijke vrede. In dit beeld past de kerk als de een herberg, waar de pelgrim rust en veiligheid kan vinden. Waar hij kracht kan opdoen voor zijn verdere tocht en bescherming geniet tegen de krachten die hem van het doel van zijn tocht af willen leiden.
Het beeld van de pelgrim is ook in een ander opzicht sprekend. De pelgrim beweegt zich in een vreemde, mogelijk zelfs vijandige, omgeving. Dit vraagt enerzijds om terughoudendheid, voorzichtigheid en verdraagzaamheid. Voor de Europeaan, gewend
aan de kerk als de alom aanwezige macht, is dit even wennen. Maar het is wel de realiteit en we zullen deze nieuwe opstelling, nederiger, minder arrogant,
meerluisterend, moeten leren.
Anderzijds vergt deze nieuwe positie dat we kracht zoeken bij elkaar. "De pelgrims van vroeger reisden nooit alleen. Dit was te gevaarlijk" zegt prof. Nissen. Het beeld van de pelgrim als een individualist op weg naar zijn doel is een
romantisering.
De moderne pelgrim zal, zoals vroeger, in de gemeenschap van de gelovigen de steun en veiligheid zoeken die hij nodig heeft om in een wereld, waar de kerk niet alom aanwezig is, zijn weg te vinden. In dit beeld is de rol van de kerk vooral een dienende rol. Maar ook: de plaats waar de gelovigen elkaar ontmoeten en steun vinden bij elkaar. |

De christelijke kerk is niet meer
een alom omringende macht. Voor West-Europeanen is dit even wennen. Maar het is wel de realiteit en we zullen
dus een nederiger, minder arrogante en meer luisterende opstelling moeten leren. |

Gedachten uitwisselen tijdens de pauze
Discussie
| Na de pauze is er de terugkoppeling op het beeld dat
prof. Nissen geschetst heeft. De aanwezigen hebben op briefjes woorden en gedachten geschreven die de woorden van prof. Nissen bij hen losgemaakt hebben. De terugkoppeling geeft extra dimensies aan
zijn woorden.
Vragen als: "Hoe betrekken we de jeugd erbij?" "Hoe houden we de kerk vitaal?" Maar ook: "Wat moeten we met de kerk als gebouw? Wat moeten we met een hoop stenen die veel geld en energie opslurpt?" |

De zaal zorgt voor een
terugkoppeling op de inspirerende woorden van prof. dr. Nissen |
Deze en andere vragen leiden tot een boeiende discussie. Prof. Nissen is nu wat minder de professor en wat meer
een gelovige die ook zoekt. Het geeft een stukje herkenning bij de zaal en het maakt het discussiëren gemakkelijker.
Wat minder de professor, wat meer
de gelovige die ook zoekt. |
In deze discussie worden ook heikele punten niet geschuwd. Is de reactie op het Tweede Vaticaanse concilie niet overenthousiast geweest en is in dit enthousiasme niet soms "het kind met het badwater
weggegooid? Maar ook: schiet de reactie hierop, niet door? Is de kerk tegenwoordig soms niet te rigide, waardoor mensen beschadigd worden en
het zoeken naar andere wegen in er
bij inschiet? Waarschijnlijk is het antwoord op beide vragen ja. Als een slinger die eerst aan de ene kant te ver doorschiet en daarna de aan de
andere.
Het blijven zoeken, als pelgrims op weg naar hun doel, niet individueel, maar met hulp van de ervaringen van anderen is nodig. Een kerk die, als een herberg, de pelgrims rust en veiligheid biedt, waarin men met respect voor elkaar de te bewandelen weg zoekt.
Een mooi beeld om deze mooie avond af te sluiten. |

Zang en themagroep "Om door te
gaan"
Moedig,
gedurfd initiatief
|
Pastor Van den Berg
van de Maasbommelse St. Lambertusparochie en initiatiefnemer van de
bezinningsavonden waarin prof. dr. Nissen de spits afbijt. |
Opening en sluiting worden verzorgd door de
initiatiefnemer, pastor Kees van de Berg van de Maasbommelse St.
Lambertusparochie. Vorige week was hij nog bang dat de opkomst
tegen zou vallen, nu kan hij blij zijn. Zoals hij zegt: "de
benadering van onderop heeft gewerkt". Geen dure campagne, daar hebben we geen geld voor, maar heel evangelisch
en missionair "zegt het voort."
Professor Nissen gaat in de inleiding in op de
speciale positie van Maas en Waal in de missionering van
Nederland. Willibrordus werkt vanuit het noorden, Lambertus vanuit
het zuiden.
Ergens in Nederland, wellicht in het gebied van de Maas
en Waal, misschien wel in Maasbommel, komen ze elkaar tegen.
Terwijl Willibrordus een groep dorpelingen het woord brengt hoort
hij wat verderop een andere missionaris. Hij gaat kijken en ziet
Lambertus. Hij besluit te stoppen en luistert, met zijn
volgelingen, naar Lambertus.
Eén God heeft genoeg aan één
boodschap! |
Een christelijke kerk, toen en nu omringd en
belaagd door een ongelovige
wereld, moet zich toch kunnen vinden in één boodschap. Niet
in strijd, maar, zoals St. Willibrordus en St. Lambertus dat deden, in
collegialiteit.
Een cirkel die zich over een periode van dertien eeuwen in het
gebied van de Maas en Waal, misschien wel in Maasbommel, lijkt te
sluiten. Het zou heel symbolisch en heel mooi zijn. Pastor van
den Berg verdient het voor zijn moedige initiatief.

De benadering van onderop zorgt voor een volle
zaal.
Het evangelische en missionaire "zegt het voort" werkt.
MaasWaalWeb,
14 november 2006
|