|
Gemeente
West Maas en Waal Regelmatig brengen B&W van West Maas en Waal een bezoek aan een bedrijf in de gemeente. Het initiatief ligt bij de bedrijven. B&W komen pas als ze uitgenodigd worden.
De grote drijvende zandsorteerfabriek Rotterdam 55 vormde de hoofdmoot van het bedrijfsbezoek van B&W West Maas en Waal. Lengte 88 m, breedte 27 m, hoogte boven de waterlijn 18 meter. Dit keer is het ontzandingsproject "Over de Maas" aan de beurt. Na acht jaar en het ontzenuwen van de bezwaren van de onvermijdelijke actiegroepen, en nadat de laatste punten en komma's in de contracten op de juiste plaats stonden, konden dit jaar de aannemers aan de slag met hun graafmachines en vrachtwagens. Zij verwijderden de deklaag van klei want de ontzanders zijn uiteraard vooral geïnteresseerd in het zand. De klei ligt nu als een brede dijk langs de Maasdijk tussen Moordhuizen en Dreumel opgeslagen. Straks als de ontzanding afgerond is zal deze klei gebruikt worden voor het natuurreservaat dat dan aangelegd zal worden.
Ing. Herman van der Linde laat zien hoever men is. Van der Linde: "We zitten op schema, lopen zelfs een beetje voor, alleen de markt werkt niet mee. Door de crisis in de bouw is er minder vraag naar hoogwaardig zand." Deze zomer was men zover dat de eerste zandzuiger aan het werk kon gaan. Voorlopig kan deze nog vooruit want voor de gehele ontzanding zijn negen jaren uitgetrokken waarvan acht voor de eigenlijke ontzanding. De ontvangst in de directiekeet langs de dijk is allerhartelijkst. Men heeft kersenvla en koffie of thee. Maar tijd is er niet zoveel, want B&W moeten even na vier uur weer in het gemeentehuis zijn, dus het wordt aanpoten. Dit is Herman van der Linde, die namens Nederzand, de projectleiding voert en Jan van der Bent, de bedrijfsleider van ontzander Dekker van de Kamp wel toevertrouwd. Beide ingenieurs zijn het type van "niet praten, maar aanpoten". Van der Linde geeft een overzicht van het project: men zit op schema, loopt zelfs een beetje voor, alleen de markt werkt niet mee. Het gaat slecht in de bouw en als er minder gebouwd wordt is er ook minder zand nodig. Maar de crisis zal wel overgaan en dan zal het met het zand wel weer goed komen. Jan van de Bent is de man die met zijn team van zeven mensen zorgt dat er zand gewonnen wordt. Niet zomaar een paar scheppen, maar als het moet tot wel 40.000 ton per week. Om je een idee te geven van hoeveel het is: zet 1350 van de grootste, zware vrachtwagens op een rij en gooi ze vol met zand en je hebt 40.000 ton zand. Laat ze met een beetje tussenruimte achter elkaar rijden en je hebt een lint van Alphen tot Amsterdam. Dat zou pas files veroorzaken! Kortom: per week wordt er erg veel zand gewonnen.
Bij de sorteerfabriek ligt de zandzuiger Rotterdam 58. Ook een geweldige fabriek, bijna zestig meter lang, die per uur 3000 ton zand en water opzuigt. Dit mengsel gaat via een dikke buis direct naar de zandsorteerfabriek. Niet onbegrijpelijk dat gemeente en provincie bedongen hebben dat de afvoer van het zand via het water moet. Dat schiet een beetje op want een behoorlijk zandschip kan wel 1000 ton aan, dus red je het dan met 40 schepen per week. Dat blijft een beetje overzichtelijk. Bovendien is vervoer per water, bij deze hoeveelheden, veel voordeliger dan over de weg en dat is ook niet onbelangrijk. Jan van der Bent moet zand en water met de paplepel ingegoten gekregen hebben. Zonder spiekbriefje kent hij alle getallen, vanaf de lengte, breedte en hoogte van de vaartuigen tot de hoeveelheid energie die gebruikt wordt, de opslagcapaciteit per soort zand, de korrelgrootte van elke klasse zand enzovoort, enzovoort. B&W luisteren geconcentreerd om alles op een rijtje te houden.
Bedrijfsleider ing. Van der Bent is in de controlekamer van de drijvende sorteerfabriek in zijn element. Tot in de details kan hij alles uitleggen over de geavanceerde techniek. De fabriek is inmiddels 9 jaar oud, maar is nog steeds een van de modernste in de wereld. Nederland speelt een wereldrol in de baggerwereld. Na de theorie, de praktijk. Klimmend over pontons en bolders op een ruige werkboot, met een nog ruigere schipper op weg naar de drijvende sorteerfabriek. De wind door de haren en even geen zorgen over het verschil van scheiding door zeven of opstroming. Maar de rust is maar even, want op de gigantische fabriek waar het zand gezuiverd en gezeefd wordt, begint het opnieuw. Van der Bent neemt plaats achter een grote lessenaar vol joysticks en beeldschermen en begint uit te leggen hoe het in de praktijk werkt. Dan wordt duidelijk dat de uitleg in de directiekeet nog maar een inleiding was. In de praktijk is het allemaal nog weer ingewikkelder. Niet alleen moet er zand gezogen, gezuiverd en gezeefd worden, maar er moet ook nog eens voor gezorgd worden dat de machines niet vastlopen, de zeven niet verstopt raken en de lopende banden door blijven lopen en het resultaat van al het werk, heel, heel veel zand in de schepen komt waarmee het afgevoerd wordt.. Het wordt me duidelijk dat een werkbezoek echt werken is. B&W laten zich niet kennen. Men blijft geconcentreerd bij de les en hoewel het wel wat moeilijker is dan een motie of een interpellatie, waarbij dan altijd nog de hulp van Gabrielle bij de hand, moet men het hier helemaal zelf doen. Ik zelf breng het niet verder dan de betekenis van de blokjes op het beeldscherm. Zolang ze groen zijn is er niets aan de hand, maar als ze oranje worden moet je op gaan letten en als ze rood worden is er "stront aan de knikker". Maar 112 bellen helpt hier niet.
Gelukkig: de meeste blokjes nog groen. Van der Bent gaat lustig door met het gevaar van imploderende luchtbelletjes, het belang van vacuüm (ook al mag dit niet teveel worden), jetdruk en zuigvermogen. Het aardige is dat het werk op deze fabriek gewoon door gaat. Al komt het hele Gemeentebestuur langs, of zelfs de hele gemeente, de 40.000 ton per week gaan gewoon door. Regelmatig klinken er in de controlekamer over de krakende mobifoon vragen en waarschuwingen en wordt er soms aan een paar knoppen gedraaid, zodat de fabriek blijft draaien. De praktijk maakt ons duidelijk dat de tijd van even een vrachtje zand bij elkaar scheppen voorbij is. Zand is "high-tech" geworden. Architecten, bouwkundigen, wegen-, tunnel- en bruggenbouwers: allemaal hebben ze hun eigen eisen. Want beton moet sterker, lichter en betrouwbaarder worden en daarbij zijn de eigenschappen van het zand heel belangrijk. De ontzanders leveren maatwerk en kunnen honderden verschillende soorten zand leveren. Precies volgens de wensen van de klant. Wat men opbaggert bevat verschillende korrelgrootten zand, maar ook vervuiling, van fossiele houtsplinters tot mammoetbotten en van rotsblokken tot zand dat zo fijn is dat de bouw er niets mee kan. Op deze reusachtig fabriek wordt met allerlei slimme technieken eerst het afval er uitgehaald, van de fossiele botten en botjes tot de troep die door onze slordigheid in het water terecht komt. Vervolgens zeeft men het zand in verschillende fracties, met verschillende eigenschappen. Deze mengt men vervolgens weer volgens de eisen van de klant. Heel precies. Een laborant neemt monsters en controleert of alles goed gegaan is. De klant heeft immers recht op kwaliteit.
Een werkbezoek is echt werken. Geconcentreerd volgt men de uitleg van de complexe processen die een rol spelen bij het produceren van 40.000 ton "high-tech" zand per week. Wie denkt dat hiermee honderden mensen bezig zijn heeft het verkeerd. De 40.000 ton per week wordt geproduceerd door precies zeven mensen. Wat B&W allemaal opgepikt hebben over zand, grind en water is zeker heel veel, maar ze zullen ook wel opgepikt hebben dat bij zandwinning de "e" van Efficiëntie met een hoofdletter geschreven wordt. Een bedrijfsbezoek is hard werken en erg nuttig. MaasWaalWeb, 10 november 2010
|