Het meisje dat verdween
Indrukwekkende boekpresentatie in RK kerk Beneden Leeuwen

Auteur Els Florijn bij de presentatie van haar roman "Het Meisje dat verdween"

De Tweede Wereldoorlog. Nederland bezet. Een dorpje in de Betuwe. Een burgemeester die nog eens uitzoekt wat te doen met het onderduiken van een Joods echtpaar en hun pleegdochter. Wat te doen met het dochtertje van een ondergedoken Joods echtpaar dat achtergebleven is bij het dienstmeisje van het echtpaar. Jawel er is nog iets dat niet klopt. Het Joodse kind is verhuisd is en de Duitse bezetter heeft bepaald dat dit gemeld moet worden. Duitsland werkt aan de "Endlösung" van het jodenvraagstuk en hiervoor is een goede administratie belangrijk.

De burgemeester meldt het en vraagt aan de bezetter om een milde behandeling van deze overtreding. De gemeentesecretaris is bezorgd. Hij ziet er niets in. Hij vraagt zich af de een melding wel zo verstandig is. Een burgemeester kan toch niet alles weten wat zich in een dorp afspeelt? 

Maar het briefje gaat weg en de bezetter vindt het wel belangrijk. Het kind moet opgepakt worden. De burgemeester, met de veldwachter, gaan prompt op weg om het kind op te halen. De veldwachter brengt de vijfjarige peuter dezelfde dag, 14 september 1942, nog naar Den Haag. Vandaar uit gaat het kind naar Auschwitsch, waar het op 17 september vermoordt wordt. De Endlösung verloopt, snel en efficiënt. Het meisje is verdwenen. De burgemeester heeft een probleem minder, de veldwachter kan weer aan zijn werk. De wet is gehandhaafd en dit is puctueel gebeurd. 

Auteur Els Florijn hoorde deze geschiedenis van vrienden en zag er mogelijkheden voor een verhaal in. Alleen: er was zo weinig. Je kunt een aanloop maken. De vader van het kind die een manufacturenwinkel in het dorpje heeft. De bezetters die hem het werk onmogelijk maken. De angst dat elke dag de brief van het Arbeidsbureau op de deurmat kan vallen met de order zich te melden. Dit zou vrijwel zeker tot transport naar Duitsland leiden. Weg van zijn familie. Hoe zouden zijn vrouw, dochter en pleegdochter zich dan nog kunnen redden? Dan maar onderduiken. Een veiliger plaats zoeken en hopen op betere tijden. 

Maar daar vul je geen boek mee. Er is geen dagboek, er zijn maar weinig mensen in het dorpje die er rechtstreeks bij betrokken geweest zijn. Bovendien, ruim zestig jaar na het gebeurde zijn veel mensen al overleden en hebben herinneringen soms een ander tintje gekregen.

Els Florijn besluit er geen verslag van te maken, maar de geschiedenis als het raamwerk voor een roman te gebruiken. Gisteravond, 15 september, presenteerde ze in de kerk van Beneden Leeuwen, haar roman "Het meisje dat verdween."

Uitreiking door Els Florijn van eerste exemplaren van "Het meisje dat verdween" aan mevr. Ikink-Dasberg, de het pleegzusje van Elly Frank, en mevrouw van Schaik van de Berg, het dienstmeisje van de familie Frank. Elly was opgenomen in het gezin waartoe het dienstmeisje behoorde  toen ze opgehaald werd door de burgemeester en veldwachter.

Els Florijn oogt fragiel. Moe. Het boek is er, maar het kind is verdwenen en het doet haar pijn. Hert meisje dat verdween, Elly Frank, heeft haar in bezit genomen en haarscherp brengt ze wat ze voelt over op de bezoekers van de presentatie. 

Als zij spreekt is het doodstil in de kerk. In de pauzes tussen de zinnen zou je een speld kunnen horen vallen. Maar er valt geen speld. Er is alleen de plaatsvervangende schaamte voor de de zinloosheid, de kilheid en de koude bureaucratie,  waarmee een gezin vernietigd en een kind vermoord wordt 
Ik heb het boek nog niet gelezen, maar de presentatie heeft me er van overtuigd dat het boek hetzelfde gevoel over zal brengen. Wat vernield kan worden is vernield. Grondig. Verder is er niets. Zelfs geen speld die valt. Beklemmend.

Tot zover over "Het Meisje dat verdween". Nog wat over het raamwerk dat onder de roman ligt. Het onderduiken van vader, moeder en pleegzusje van het meisje dat verdween verloopt moeizaam. Eerst een halfjaar bij een boer die het gevaar niet meer aan kan. Dan het plan om te vluchten naar het dorpje in Noord Brabant waar de moeder gewoond heeft. Een onzekere, gevaarlijke tocht over een donkere rivier en dan van pastorie naar klooster of pastorie op weg naar Brabant. Tot ze in een dorpje komen waar een daadkrachtige pastoor ze zegt dat ze beter bij hem kunnen blijven. Zijn inschatting is dat de reis zo gevaarlijk is dat het doel noot bereikt zal worden en dat onderduiken bij een boer een te groot gevaar vormt voor zowel de Joodse familie als het gezin dat een onderduikplaats biedt.  

Uit het dagboek van de pastoor: "Hen doorsturen was even goed als hen de dood injagen. Er was nog niet één procent kans dat ze veilig in Geffen aan zouden komen. Onderdak trachten te vinden bij een van de parochianen? Ik kon er mijzelf beter aan wagen dan een parochiaan die nog een huishouden had ook."

De familie krijgt onderdak in een zolderkamertje van de kerk en de pastoor en een paar vertrouwelingen zorgen voor een bed, wat meubilair, voedsel en sanitair. Als het rustig is wandelen pastoor of kapelaan 's avonds met ze in de kerk om ze wat beweging en aanspraak te geven. Drie jaar verblijven ze op de zolder tot in de herfst van 1944 het zuiden van Nederland wordt bevrijd.

De kerk waarin de ouders en het pleegzusje van "het meisje dat verdween" van 1942 tot 1944 een veilig onderkomen vonden. Pastoor, kapelaan en een paar vertrouwelingen zorgden voor de familie.

De ouders van het meisje zijn nooit teruggekeerd naar het dorpje waaruit ze moesten vluchten en waar ze hun kind verloren. Na de oorlog zijn ze naar Noord Brabant getrokken en daar hun hele verdere leven gebleven.  

De burgemeester van het dorpje waar de familie uit weg vluchtte  kon na de oorlog, na een ambtelijke berisping, gewoon aanblijven. Later werd de nieuwe school van het dorpje naar hem genoemd. Het duurde tot een jaar of drie geleden voor het lukte om de school een andere naam te geven. Nee: niet de "Elly Frank School". Dat lag blijkbaar ook toen nog te gevoelig. Een schrijnender bewijs dat het laten verdwijnen van het meisje effectief was is niet voor te stellen. 

Els Florijn wil met haar boek het meisje dat verdween een gezicht geven. Dit voorjaar is in het dorpje waar het allemaal begon een monument ter gedachtenis aan Elly Frank onthuld. Maar ook "Het meisje dat verdween" is een waardig monument dat een plaatsje in heel veel harten verdient.

Els Florijn over wat haar beweegt: "zoveel kilheid, zoveel zinloosheid en zoveel gevoelloze bureaucratie. Dat kun je niet accepteren. Daarom vind ik dat Elly Frank niet vergeten mag worden." Het gaat haar lukken. Het meisje dat verdween zal niet vergeten worden.

*****************

Boek: Els Florijn: Het Meisje dat verdween  ISBN 978 902 399 3575
Uitgeverij Mozaïek http://www.uitgeverijmozaiek.nl

Het citaat van pastoor Zijlmans is uit: "Tussen Waal en Wetering"
Historische vereniging Tweestromenland - Tweestromenlandreeks nr. 20   
ISBN 90-71059-12-X 

MaasWaalWeb, 16 september 2010