|
Het is nu een van de mooiste, rustieke
straatjes in het Beneden Leeuwen. Maar ooit had het de
potentie, het centrum van het Benedeneind van Leeuwen te
worden.
Gezicht op de Ringkade
vanaf de Waalbandijk. Op de plaats van de stal op de
voorgrond stond in 1825 de herberg van de familie Van
Kessel. Links de plas de Wiel die ooit ontstond door een
doorbraak. Ongeveer op de plaats van het huis met het rode
dak woonde in 1825 barbier Michiel Soetekouw.
We schrijven ergens rond 1825. De Franse
bezetters hebben in 1811 bepaald dat Nederland eindelijk
eens een fatsoenlijk kadaster moet krijgen en hebben
landmeters op op pad gestuurd om deze klus te klaren. Nu is
dit een geweldige klus die vele jaren kost, maar rond
1825 is men zover dat Leeuwen aan de beurt is. Een landmeter
eerste klas, zijn naam kunnen we niet meer achterhalen,
arriveert in het kleine dorpje aan de Waal, zoekt onderdak
en gaat aan de slag. Zorgvuldig worden de percelen opgemeten
en wordt vastgelegd wie de eigenaar is.
De resultaten worden sierlijk vastgelegd in
een dikke foliant. Hierdoor kunnen we, bijna 180 jaar later,
een beeld krijgen van het Leeuwen uit die tijd.
Leeuwen loopt in die tijd van de Zijveld en 't
Zand in het westen tot pakweg de huidige Noordzuidweg in het
oosten. Het zal in die tijd ook best wel een Boven en
Benedeneind gehad hebben, maar officieel wast het één
gemeente. Het had ook een katholieke kerk ergens aan de dijk
tussen (de huidige) Korte Brouwersstraat en de Waterstraat.
Ringkade-Waalbandijk in
1825. Op nummer 72 kleermaker van Lent, op nummer 75
herbergier Erven van Kessel, op nummer 77 barbier Soetekouw
en succesvol koopman Jan Walraven op nummer 86. Een behoorlijke aanzet
tot een toekomstig dorpscentrum, maar de sponsors van de
kerk bepaalden uiteindelijk dat de Zandstraat het centrum
van het Benedeneind werd.
Was het Benedeneind dan alleen maar een paar
straten en paadjes met arbeidershuisjes en trotse
boerderijen? Nee. De buurtschap was groot genoeg om een
hoofdstraat
en misschien zelfs wel de aanzet tot een centrum te hebben.
Hier komt de Dijk-Ringkade in beeld. Het is niet ondenkbaar
dat op deze plek een begin van een dorpscentrum aan het
ontstaan was. Bij de oprit van de Ringkade naar de dijk was
links kleermaker Jan van Lent gevestigd en rechts hadden de
erven van Jan van Kessel een herberg. Wat verder van de dijk
zat langs de Ringkade Michiel Soetekouw, barbier. Nog wat
verder, maar nog steeds hooguit een paar honderd meter van
de dijk woonde Jan Walraven, koopman. Waarschijnlijk had deze goed
geboerd met zijn handel want hij was ook eigenaar van de
Wiel en had op verschillende plaatsen in het dorp nog
stukken grond. De buurvrouw van Jan van Lent, de weduwe van
Gijsbert Gerritsen, was koopvrouw. We denken dat zij na het
overlijden van haar man de zaak van hen voortgezet heeft.
De Ringkade. Een smal
straatje met eenrichtingsverkeer omdat auto's er elkaar
nauwelijks kunnen passeren. In 1832 waarschijnlijk niet meer
dan een onverhard paadje. Maar dit gold voor bijna alle
straten in het toenmalige Benedeneind van Leeuwen.
Nu mag dit wat dun lijken voor een centrum,
maar vergeet niet, we schrijven 1825 en toen was allemaal
veel minder dan tegenwoordig. De meeste mensen in het dorp
gaven aan de de landmeter op dat ze arbeider waren.
Er waren in het dorp maar enkele tientallen boeren waarvan
de landmeter opschreef dat ze landbouwer waren.
Wat die arbeiders
deden voor de kost lijkt op het eerste gezicht een raadsel
want in deze tijd waren er zowel in het dorp, als in verre
omgeving geen fabrieken. Waarschijnlijk broedselden de
meeste arbeiders het grootste deel van de tijd wat op het
stukje grond rond het huis. Ze teelden hierop aardappelen en groenten voor eigen
gebruik en als ze voldoende grond hadden hielden ze er een koetje
voor melk en boter. Daarnaast zullen
ze in de zomer wel gewerkt hebben bij de grotere boeren voor
het maaien van het gras, het binnenhalen van het hooi en het oogsten van koren,
aardappelen, bieten en fruit. Dagelijkse levensbehoeften
kwamen dus grotendeels uit de eigen tuin en de paar centen
die men verdiende met het werk bij de boeren waren voor
kleding, af en toe vervanging van kapotte huisraad en als
het echt niet anders kon de dokter.
De plaats waar Ringkade en
Waalbandijk op elkaar aansluiten. Op de plaats van de woning woonde
in 1825 kleermaker Jan van Lent. Waarschijnlijk een vroege voorvader
van de Jan van Lent die op de Bikkelen, eveneens een kade van de
Wiel, tot in de tachtiger jaren van vorige eeuw nog een kleermakerij
en een winkel in textiel had.
De middenstand in het dorp omvatte een paar
bakkers, slagers, kleermakers, barbiers en kroegbazen.
Dan had je het wel gehad. Daarnaast nog een paar timmerlui,
een aannemer, een hoefsmid, en natuurlijk de bierbrouwer die
vaak de rijkste man van het dorp was. Een kruidenier, laat
staan een supermarkt, drogist of de vele speciaalzaken die
we tegenwoordig hebben waren in deze tijd in de kleinere dorpen niet te vinden.
Hiertegen afgezet was er dus wel degelijk
een aanzet tot een centrum aan de dijk. Niet vreemd, want bij veel dorpen in het rivierenland zien
ontstond het centrum aan de dijk. Waarom is het hier
uiteindelijk niet het centrum van het Benedeneind geworden?
Wat wel meegespeeld zal hebben was dat er in
de honderd jaar na 1825 in Leeuwen nogal wat concurrentie
voor het dorpscentrum was. Een centrum wil je graag echt in
het midden van de plaats en voor Leeuwen lag dit midden geografisch ergens in
de buurt van de Waterstraat. Men heeft ook geprobeerd om
hier het centrum te creëren. De RK Kerk stond een tijdlang aan de
dijk ter hoogte van de Waterstraat en hierbij kwam ook een
klooster dat voor onderwijs en ouderenzorg zorgde. Maar het
was uiteindelijk toch teveel een compromis. De kern van het
Boveneind lag rond de Molenstraat, waar die nu nog is, en
het centrum van Benedeneind rond de Wiel. Beiden te ver weg
van het
kunstmatige centrum dat men aan de Waterstraat wilde
vestigen.
Het stukje van de Dijk
dat wel eens het centrum van het Benedeneind had kunnen worden. Dit
had weleens het centrum van Beneden Leeuwen kunnen worden. Op de
plaats van de woning links was lange tijd café De Pelikaan
gevestigd, waar het onder de zondagse hoogmis het drukst was.
Blijft nog waarom, bij de splitsing in een
Beneden en Boveneind Ringkade-Dijk niet het centrum geworden
is. De reden hiervoor is waarschijnlijk dat een paar grote
sponsors van de nieuwe RK kerk voor het Benedeneind aan de
Zandstraat woonden. De belangrijkste was de weduwe van
notaris Kuppen die een groot perceel bijna tegenover haar woning aan
de Zandstraat gratis beschikbaar stelde en bovendien, met haar
kinderen, ook nog eens 14.000 gulden toezegde. Nicolaas Elsen, een
grote boer die woonde waar nu het streekmuseum is, ging met de pet
rond in het Benedeneind en haalde het in die tijd zeer grote bedrag
van 54.000 gulden op voor de beoogde nieuwe parochie.
De middenstanders, schippers en vissers aan
de dijk zullen niet blij geweest zijn maar tegen
het kapitaal van de herenboeren en de notaris konden ze
niet op. Waarschijnlijk hebben ze troost gezocht in de drank
want de cafés aan de dijk bleven nog jarenlang een succes
met, naar men beweert, de grootste drukte op zondagmorgen
tijdens de hoogmis. Maar de Zandstraat werd en bleef het
centrum van het Benedeneind en de Ringkade een romantisch
straatje aan de Wiel.
Meer over Oud Leeuwen:
Schijtsteeg: Beneden Leeuwen was niet altijd even sjiek
Kadasterkaarten
1811-1832
Boek: Tussen waal en Wetering: 100 jaar
Beneden Leeuwen
MaasWaalWeb,
18 januari 2009
|